Kasteel Montfoort
Kasteel Montfoort is aan het eind van de 12e eeuw gebouwd in opdracht van de toenmalige bisschop van Utrecht, Godfried van Rhenen. Het kasteel diende, samen met een reeks andere versterkingen aan de westzijde van het bisschoppelijk machtsgebied, ter versterking van de grenszone met het graafschap Holland. In eerste instantie waren de bewoners van het kasteel door de bisschop aangewezen burggraven. Na ongeveer een eeuw slaagde Hendrik de Rover aan het einde van de 13e eeuw erin bij de bisschop af te dwingen dat de positie erfelijk werd. Vervolgens is het burggraafschap bijna driehonderd jaar binnen de familie gebleven tot de laatste burggraaf van het geslacht kwam te overlijden zonder wettige nakomelingen. Daarmee kwam gelijk ook een einde aan de bewoning van de hoofdburcht van het kasteel. Vanaf dat moment was het kasteel in bezit van de familie De Merode die haar machtsbasis in de zuidelijke Nederlanden had. Het kasteel werd daarna slechts periodiek bezocht door de burggraaf en de hoofdburcht werd niet meer gebruikt. Aan het eind van de 16e eeuw is de hoofdburcht nog tijdelijk ingezet als legerplaats en in 1613 werd er een diner gehouden waarbij de burggraaf de gedeputeerden van de Staten van Utrecht ontving. In 1648 verkochten de De Merodes het kasteel aan de Staten van Utrecht, maar ook zij hebben de hoofdburcht niet of nauwelijks gebruikt. In het rampjaar 1672 is Kasteel Montfoort kort bezet door het Franse leger die vervolgens weer eruit zijn verdreven door de troepen van stadhouder Willem III. Bij het terugtrekken hebben de Fransen het kasteel opgeblazen waarna de overgebleven resten zijn afgebroken om als bouwmateriaal elders te dienen. Rond dezelfde tijd zijn de grachten gedempt.
In 1977 en 1981 hebben opgravingen plaatsgevonden ter hoogte van de voorburcht en hoofdburcht van het kasteel. Daarbij zijn onder andere resten van de funderingen van verschillende gebouwen teruggevonden en ook delen van de grachten die om de voorburcht en hoofdburcht lagen.
