Baarn, De Drie Eiken
Waar één vondst niet toe kan leiden. Toen in 1988 een scherf aardewerk werd gevonden op de beoogde locatie van een nieuw industrieterrein in het noordoosten van Baarn wekte dat direct de interesse van archeologen. Het ging namelijk om een met groeven versierd randfragment van een zogenaamde klokbeker uit de nieuwe steentijd. Vervolgens werd besloten het terrein rond de vondst op te graven. Dit leverde resten van bewoning op uit het laat-paleolithicum, mesolithicum, neolithicum. Veel later, na een lange periode waarin er niks lijkt te gebeuren op de locatie, is in de late middeleeuwen een boerenerf ingericht.
Uit het paleolithicum zijn alleen losse vuurstenen werktuigen gevonden, maar uit het mesolithicum zijn daarnaast ook haardkuilen opgegraven. In het late neolithicum hebben op deze plek een aantal begravingen plaatsgevonden. Daarvan zijn een restant van een grafheuvel en een graf met crematieresten teruggevonden. Uit de crematieresten is af te leiden dat het om een jonge vrouw gaat en in de grafheuvel is waarschijnlijk een man begraven. Dat het om een man gaat baseren de onderzoekers op de bijgiften die bestaan uit een vuurstenen mes en een vuurstenen bikkel. Bij de vrouw lagen resten van twee potten, een spinklosje van aardewerk, twee benen priemen, en een hoeveelheid gezuiverde naakte gerst. De bijgiften en een koolstofdatering van de crematieresten wijst op een datering in het laat-neolithicum. Tenslotte bestond de bewoning in de late middeleeuwen uit een boerderijgebouw met een gescheiden woon- en staldeel, een schuur en een rond gebouw, waarschijnlijk een hooimijt.
