logo logo_provincieUtrecht
Voor het jaar nul

Voor het jaar nul

De oudste vondsten Provincie Utrecht komen uit zandgroeven. Het zijn bijna onherkenbare werktuigen van vuursteen, meer dan 200.000 jaar oud. Vanaf ongeveer 11.000 jaar geleden zal het gebied geregeld zijn bezocht door groepjes jagers, en vanaf zo’n 6000 jaar geleden richtten de mensen vaste woonplaatsen in, waar ze graan verbouwden en vee hielden. Uit deze vroegste, prehistorische bewoningsperiode zijn allerlei fascinerende vondsten bewaard gebleven. Ze vertellen ons iets uit een tijd waarover niets is opgeschreven, en hun verhaal is daardoor uniek.

Brandresten

In een crematiegraf uit het late neolithicum zijn onder andere de resten van deze twee benen priemen gevonden. Zulke priemen zijn bijvoorbeeld gebruikt om gaatjes te prikken in huiden en pelzen zodat die aan elkaar vastgenaaid konden worden, of voor het vlechten van manden en visfuiken. In de zandige ondergrond van Baarn waar de priemen in zijn gevonden vergaat zulk oud organisch materiaal meestal. De witte kleur van deze exemplaren laat zien dat ze verbrand zijn en dus waarschijnlijk bij de overleden vrouw op de brandstapel hebben gelegen. Verbrande organische resten blijven veel beter bewaard. Daardoor weten we ook dat de vrouw gerst meekreeg in het graf. Daarnaast laat onderzoek van het houtskool zien dat de brandstapel bestond uit eike- en lindehout. Behalve de twee priemen lagen in het graf de resten van twee verbrande potten en een spinklosje. Hoewel brand vaak spullen vernietigd is het voor archeologen dus soms juist wat ervoor zorgt dat ze bewaard blijven.

Meer voorwerpen uit dezelfde vindplaats